Wat is toch de charme van reizen? Onderweg van Awasa naar Dodola houdt de vraag me bezig.
Zo heel ontspannend is het namelijk nog niet. Vanaf het moment dat ik de naam van mijn bestemming in de mond neem, word ik als een estafettestokje van het ene mannetje aan het andere doorgegeven. Een conducteur stopt me in Awasa in een minibus naar Shashemene, daar geeft de chauffeur instructies aan een bestuurder van een bajaj om me naar een ander busstation te brengen, hij zet me vervolgens op de bus naar Dodola, waar een andere passagier toevallig bekend is met de eigenaar van het enige hotel aldaar, die op zijn beurt een relatie is van de man waar ik telefonisch contact mee gehad heb om mijn komst aan te kondigen.
’s Ochtends om kwart over vijf gaat de wekker. Iemand van een andere organisatie heeft vandaag voor ons om acht uur een afspraak gemaakt met een klein project in een stadje verderop. Hoewel legio vogels buiten al uitbundig fluiten, wordt het pas over een half uurtje licht en is het nog heerlijk toeven in mijn tweepersoonsbed, met de grote klamboe een hemelbed gelijk. Met lichte tegenzin sla ik mijn dekens open, kruip onder het net door en laat mijn voeten in mijn slippers glijden. Gelukkig, vanochtend is er stroom én water. Het bescheiden maar ijskoude straaltje uit mijn eenvoudige douche verdrijft effectief de laatste restjes slaap en een uurtje brengt een bajaj ons naar het busstation van Awasa.
Awasa is een heerlijke plek om te verblijven. Al vanaf anderhalve euro huur je hier een kamer met (meestal) elektriciteit en (meestal) stromend, zij het koud, water.
Als toerist dan. Voor Ethiopiër lijkt het leven hier een stuk harder en fysiek zwaarder. Ik heb niet de indruk dat men hier honger lijdt, maar er wordt heel wat bijverdiend in de prostitutie en als iedereen onder de zestien toegang had tot onderwijs, zat de halve bevolking in de schoolbanken. Wie niet kán werken, eindigt op straat. Of om precies te zijn: op de stoep.
In mijn mentale lexicon staat Ethiopië onder de H. Als synoniem van Honger en Hulpeloosheid. Want dat is de eerste indruk die ik in 1984/85 van het land kreeg. De televisiebeelden van holle ogen en bolle buiken als gevolg van de hongersnood die een miljoen levens opeiste, staan op mijn netvlies gebrand. Gezien het ingrijpen van Bob Geldof en consorten met Live Aid was ik daarin niet de enige.
Niets van wat ik sindsdien over Afrika leerde of zelf mocht ervaren, was in staat om deze impressie van Ethiopië bij te stellen, laat staan uit te wissen. Zelfs toen ik in 2009 op weg naar Uganda een tussenlanding in Addis Ababa maakte, verwachtte ik een dor en kaal landschap.
En ook daarin lijk ik niet de enige te zijn. Zelfs Ethiopian Airlines krijgt nog steeds de vraag of er wel eten aan boord wordt geserveerd. Door de lokale bevolking wordt me meer dan eens gevraagd wat mijn verwachting van Ethiopië was voordat ik kwam en hoe ik het land ervaar nu ik er ben?
Afrika bestaat niet. Zoveel is me inmiddels duidelijk. Hoe meer van dit continent ik het voorrecht heb te bezoeken, hoe meer ik me bewust word van het eigen karakter van de individuele landen. Niet alleen de stad Addis Ababa, maar ook de Ethiopiërs zijn zo uniek dat ik hen tekort doe door ze Afrikaans te noemen.
Op zondag ervaar ik een ander Addis Ababa, als het regenseizoen zich nog even laat gelden en er een langdurige stortbui uitperst. Ik neem een privétaxi naar het Etnologische museum, door de Lonely Planet aangeprezen met de woorden ‘brilliant’ en ‘easily one of the finest museums in Africa’. Mijn chauffeur is van de Engelse taal echter alleen de telwoorden en de munteenheden machtig en heeft geen idee waar ik het over heb.
Wat Afrika met me doet, werd me onlangs gevraagd. Ik kan het niet zeggen, want het precies dat, wat me zo eindeloos fascineert.
Neem Addis Ababa. Of Addis, zoals ik de stad al binnen een dag familiair afkort, alsof ik hier al jaren kom. Vanaf het moment dat ik me op Bole International Airport overgeef aan de onduidelijke bewegwijzering, die me richting de visabalie loodst, laat ik de stad over me heen komen. Ondanks het gebrek aan slaap in de gammele toestellen van Egypt Air, volg ik in het holst van de nacht geduldig de aanwijzingen van de verfomfaaide mannetjes en vrouwtjes van het ene tafeltje naar het andere sturen en overhandig ik geld in ruil voor smoezelige vodjes papier die getuigen van een administratie die mij volstrekt ondoorgrondelijk toeschijnt maar feilloos lijkt te werken.
Het begint met een kartonnen doos vis. Verder is de laadbak leeg. Het is kwart over vijf 's ochtends en al toeterend dendert een pick-up truck door de hoofdstraat van Cape Maclear. Evalien en ik zijn een kwartiertje eerder opgestaan en bepakt en bezakt haasten ons naar de uitgang van de Mgoza lodge. Hoewel we van alles het minimale bij ons hebben, sjouwen we spullen mee voor -20°C tot +30°C en is onze backpack vol en zwaar. De barman snelt ons te hulp en stopt het vehicel.
De chauffeur stopt en zijn collega de conducteur snelt te hulp. Behendig springt hij over de reling van de matola en bedekt de roestige vloer met een modderig groen zeil. Op onze aarzelende blik pakt hij meteen de zware tassen aan en legt ze naast de visdoos. We klauteren aan boord en nemen plaats met onze rug tegen de kabine. Wat een geluk dat we niet hebben hoeven wachten!
Ik hoef er geen development index op na te slaan om vast te stellen dat Malawi arm is. Armer dan de Afrikaanse landen die ik tot nog toe bereisde.
Na een geannuleerde vlucht, een tweetal ter compensatie aangeboden hotelovernachtingen en drie volle dagen reizen arriveren we eindelijk in de hoofdstad Lilongwe. Vanuit hier gaan we met het openbaar vervoer verder naar Cape Maclear, te beginnen met een busreis in een aftandse Marco Polo. Er is geen veiligheidsgordel te bekennen, de bekleding is gescheurd en mijn zitting blijkt later zelfs helemaal los te zitten, maar ik ben al lang blij onderweg te zijn.
Nu het regenseizoen begonnen is, lijkt het land een grote groene oase. Een handvol gesprekken met inwoners doordringen me echter van het feit dat dit niet het hele jaar door het geval is en hoezeer de hele bevolking afhankelijk is van diezelfde stortbuien.

